Ontstaan

De natuur van Nationaal Park Weerribben-Wieden ziet er ongerept uit, maar dat is slechts schijn. Vanaf de twaalfde eeuw veranderde dit veenmoeras onder invloed van de mens. Er werden dijken aangelegd waardoor de invloed van de Zuiderzee afnam. Sloten werden gegraven om het gebied te ontwateren en zo voor bewoning geschikt te maken. Toen men ontdekte dat gedroogd veen als brandstof kan dienen, werd turfwinning eeuwenlang de belangrijkstee broodwinning.

Turfwinning
De turf werd in lange banen uitgebaggerd, waarbij men steeds een strook uitspaarde om de turfbagger daarop te laten drogen. Deze stroken noemde men legakkers. Er was grote vraag naar turf als brandstof. Daarom werd er veel turf gewonnen. De trekgaten werden steeds breder gemaakt en er kon bij storm een behoorlijke golfslag in ontstaan. Zelfs zoveel dat de smalle legakkers weggeslagen werden. Hierdoor zijn de grote plassen van De Wieden ontstaan. Na twee grote stormen, in 1775 en 1776 is zelfs het dorp Beulake in de golven verdwenen.

Vervenen volgens de regels
In De Weerribben kwam de turfwining later op gang. Men was inmiddels door ervaringen in De Wieden wijs geworden. Er werden regels gesteld aan de breedte die legakkers minimaal moesten hebben. Grote plassen zijn daar dan ook niet ontstaan. Ook in naam 'De Weerribben' is het verveningslandschap terug te zien 'Ribben' zijn de smalle stroken land waarop de uitgebaggerde turf te drogen werd gelegd. 'Weren' zijn de uitgeveende delen die weer volliepen met water.

Een rijke erfenis
De turfwinning bleef tot 1920 voor de streek van grote betekenis. Mede door de komst van nieuwe brandstoffen werd de turfwinning onrendabel. De mensen in het gebied schakelden over op andere inkomstenbronnen en vonden die in kleinschalige landbouw, visserij en rietteelt. Ondertussen werd men zich bewust van de natuurlijke en cultuurhistorische rijkdom van het door mensenhand gevormde landschap. Landbouw was in het natte moerasgebied zeer arbeidsintensief, omdat alles met de boot over het water moest. Boeren die stopten, verkochten hun land aan natuurbeschermingsorganisaties. Tegenwoordig werken deze organisaties samen met de plaatselijke bevoling aan het behoud van deze rijke erfenis.